Columbus verdeelt de kinderen niet over schooljaargroepen, zoals de andere scholen doen. Deze school heeft ieder halfjaar een doorstroom naar een nieuwe fase (leerstofgroep). Zoals alle scholen hanteren, na de zomervakantie. Maar ook na 20 weken in het schooljaar (medio januari/februari).
Columbus vindt dat het gangbare leerstofjaarklassensysteem (groep 1 t/m 8) te veel negatieve gevolgen heeft:

  • Kinderen worden geremd, omdat de doelen voor een heel schooljaar vastliggen en verankerd zijn in methoden;
  • Een echte doorgaande lijn ontbreekt, vooral tussen groep 1-2 en 3;
  • Alle zelfstandigheid wordt na de kleutergroepen eigenlijk weer afgeleerd;
  • Scholen zijn te cognitief bezig om kinderen in het systeem te houden;
  • Het bedoeld is voor het “gemiddelde kind”, dat niet bestaat.

Kinderen zijn ingedeeld bij Columbus in een bepaalde leerstoffase, behorende bij hun ontwikkeling. Daarnaast zitten ze bijeen in een unit of groep. Daarin zitten meerdere fasen. De verdeling van fasen over groepen en units is niet willekeurig. Sociale, pedagogische en didactische motieven spelen daarbij een rol. Zo zitten de fasen van het voorbereidend lezen van fase 4 (“oudste kleuter”) en het aanvankelijk lezen van fase 5 (“eerste helft van groep 3”) bewust bij elkaar in de groep.

Een uitspraak als “Mijn kind kan en wil al echt lezen, maar moet nog tot augustus wachten op groep 3!” behoort tot de verleden tijd.

Een kind kan versneld door bepaalde fasen heen. Blijven zitten en “het overdoen” kan niet bij Columbus. Wel is het mogelijk om een halfjaar langer over bijvoorbeeld groep B te doen (vertragen). (zie hiervoor ook: Kwaliteit werkwijze)

Columbus hanteert in principe vijf letters, waarin de 16 fasen zijn onderverdeeld.

Wanneer we het Fasenonderwijs van Columbusgroepen leggen onder het traditionele leerstofjaarklassensysteem, zien we het volgende:

groepen normaal

Twee stromen

Een ander inzicht op het Fasenonderwijs geeft het volgende schema. Daar wordt uitgegaan van een standaardstroom, zonder vertragen of versnellen.
Kleuters die tussen 1 april t/m 30 september vier jaar worden, komen terecht in de “augustusstroom”.
Kleuters die tussen 1 oktober t/m 31 maart vier jaar worden, komen terecht in de “februaristroom”.
De kleuren geven de groepen/units A t/m E aan.

fasenstroom

Nog één keer alle voordelen van het Fasenonderwijs:

Het geeft kinderen makkelijker de mogelijkheid om te vertragen en te versnellen en Columbus kan daardoor het leerstofaanbod goed bij de ontwikkeling van het kind laten aansluiten.

  • De kleuterfase kan beter worden afgesloten. De kleuterperiode “uitzitten” of “met twijfel” naar groep 3 is er dus niet bij. Er is een vroegtijdige signalering bij eventuele leesmoeilijkheden, al voor dat het kind met het aanvankelijk leesproces begint.
  • Er zullen, zeker in de eerste jaren, verschillende fasen samen optrekken. Daarbij ervaren kinderen zowel om een halfjaar verder te zijn in de stof, als het zich kunnen optrekken aan groepsgenoten die verder zijn. Dit werkt het leren mét en ván elkaar in de hand. Het maakt het ook mogelijk om bepaalde leerstofonderdelen te volgen bij een andere groep.
  • De kinderen krijgen met meer medeleerlingen (in één groep) te maken dan in het traditionele groepensysteem, waar kinderen vaak zes jaar bijeen zitten.
  • De kinderen die terechtkomen in de “februaristroom”, worden fase 17-leerlingen. Zij hebben zich de basisstof eigen gemaakt, maar kunnen nog niet naar het voortgezet onderwijs in februari. Naast het beleven van de afscheidsperiode, samen met de fase 16-leerlingen, krijgen deze Daltonleerlingen een bijzondere rol. Zij hebben een eigen verdiepingsprogramma en vervullen een tutorrol in een lagere groep. Je zou kunnen zeggen dat ze een soort onderwijsassistent worden en de Daltonvaardigheden in de praktijk brengen en daarnaast werken aan hun eigen programma.
  • Zorg (beter: speciaal aanbod) in de groep is heel gewoon. Ieder kind heeft zijn eigen leerweg, dus niemand is een uitzondering.
  • Er is afname van de werkdruk en daarmee stress bij kinderen.
  • Er wordt veel samengewerkt.
  • Kinderen leren omgaan met verschillen.
  • Ieder kind kan trots zijn op de eigen prestaties, zonder steeds te vergelijken met anderen.
  • Omdat er een aantal fasen bij elkaar zitten is het “elkaar helpen” vanzelfsprekend.