kwaliteit werkwijzeAls je de ontwikkeling van kinderen werkelijk centraal stelt, kun je niet werken met standaard methoden of een standaard werkvorm. Kinderen moeten zich betrokken voelen bij het onderwijs. Je leert voor nu en niet voor later. En dat 'nu' mag nog leuk zijn ook!

Wij maken in ons aanbod onderscheid tussen het thematische en het cursorische aanbod. Bij het eerste is het uitgangspunt dat de leerkracht samen met de kinderen in een betekenisvolle context werkt aan vaardigheden en kennis. Dit uit zich in thema-activiteiten. In de onderbouw is themaspel ook een belangrijk onderdeel van het verkennen van de wereld en het toepassen van opgedane kennis en vaardigheden. In de bovenbouw leveren kinderen een 'prestatie' die gekoppeld is aan het thema én de doelen van het onderwijs.

Bij het cursorische aanbod worden kinderen geholpen om stapje voor stapje kennis en vaardigheden op te doen. De leerkracht speelt ook daarbij een belangrijke rol. Kinderen krijgen vanaf fase 5 een taakbrief. Daarin zitten voor een bepaalde periode een hoeveelheid oefenstof, gekoppeld aan het niveau en tempo van een kind. Door middel van instructie helpen we kinderen de stof eigen te maken.

De taakbrief nodigt kinderen uit zelf keuzen te maken. Wanneer ga ik aan de taken werken? Waar kan ik dat het beste doen? Alleen of samenwerkend leren? Hoe krijg ik zicht op het resultaat? Hoe heb ik gewerkt aan de taak? Allemaal vragen die kinderen zichzelf mogen stellen naarmate zij deze vrijheid aankunnen.

Voor de vakken lezen, taal, schrijven en rekenen gebruiken we, naast andere materialen waarmee de hoeken zijn ingericht, methodes. Voor lezen maken we gebruik van de methode De Leeslijn, voor taal-spelling maken we gebruik van Taal op Maat, voor schrijven de methode Novoskript en voor rekenen hebben we gekozen voor Rekenwonders als opvolger van de methode Alles Telt. Deze methodes zijn gekozen, omdat ze de mogelijkheid bieden om er individueel mee te werken of in kleinere groepen.

Portfolio en presentatie

Kinderen werken bij ons met een portfolio. In het portfolio zitten zoveel mogelijk in kindertaal beschreven leer- en ontwikkelingslijnen. Een ontwikkelingslijn geeft de persoonlijke ontwikkeling van kinderen weer.

Vanuit de dagelijkse activiteiten bewaren kinderen eigen werk waarmee ze later in een portfoliogesprek met de leerkracht kunnen aangeven wat zij aan vaardigheden en kennis hebben opgedaan. Wij noemen dit bij elkaar het werkportfolio.

Tweemaal per jaar zijn er uitgebreide gesprekken tussen de leerkracht en het kind over het werkportfolio. Het kind staat stil bij zijn ontwikkeling en schat zichzelf in. Samen met de leerkracht gaat het in het gesprek na of die inschatting ook klopt of bijgesteld moet worden. Daarna worden er nieuwe afspraken gemaakt voor de komende periode. Vanuit het gesprek ontstaat een selectie die wij verzamelen in het presentatieportfolio.

In dit presentatieportfolio, dat halfjaarlijks groeit, zitten ook:

Professionele verantwoording van de leerkracht. Dit doen wij met het Ontwikkel Volg Model (OVM).
Indicatoren vanuit de uitgangspunten van het Daltononderwijs, namelijk zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en samenwerking
Toetsresultaten.
Persoonlijke bijdragen van het kind en de leerkracht.

Na de zorgvuldige samenstelling van het presentatieportfolio, wordt deze door het kind, samen met de leerkracht, aan de ouders/verzorgers gepresenteerd. Deze (feestelijke) presentatie geeft de ouders informatie over het groeiproces van hun kind op school.

Het portfolio mag na de presentatie mee naar huis, maar moet daarna weer terugkeren voor de volgende selectie. Daarmee groeit het presentatieportfolio.

Na het presentatiemoment start een nieuw werkportfolio, afgestemd op het kind.

De cyclus ziet er schematisch als volgt uit:

onderwijskwaliteit_clip_image008 onderwijskwaliteit_clip_image006 onderwijskwaliteit_clip_image007
onderwijskwaliteit_clip_image009 onderwijskwaliteit_clip_image014 onderwijskwaliteit_clip_image010
onderwijskwaliteit_clip_image012 onderwijskwaliteit_clip_image013

Observatie en toetsing

De ontwikkeling van elk kind dat met 4 jaar op Columbus komt wordt geobserveerd en geregistreerd in het Ontwikkel Volg Model (OVM) uitgegeven door het Seminarium voor orthopedagogiek. Dit instrument registreert aan de hand van ontwikkelings- en leerlijnen de totale ontwikkeling van kinderen.

Naast observaties zijn vormen toetsen een onderdeel van het portfolio. Een toets is een prima middel om aan te geven of een kind iets beheerst. We werken met toetsen van het CITO. Het leidende principe daarbij is dat wij de toetsen inzetten wanneer kinderen er aan toe zijn. We gebruiken toetsen voor ordenen (fase 4), spelling (fasen 6-16), rekenen (fase 5-16) en begrijpend lezen (fase 6-16).

Speciaal aanbod

Op Columbus verdienen en krijgen alle kinderen onze aandacht. Het ene kind heeft wat meer nodig dan het andere, maar dat zien wij niet als een probleem of zorg. De taken nodigen kinderen uit om op hun eigen niveau te spelen en te werken. Voor álle kinderen is er veel uitdaging. Of het zich snel of traag ontwikkelt, geen kind hoeft zich een uitzondering in de groep/unit te voelen.

Voor kinderen met een ontwikkelingsstagnatie geldt eigenlijk hetzelfde, de taak doe je op je eigen niveau. Toch hebben wij hiervoor een aparte structuur.

Doubleren (zittenblijven) of een fase (halfjaar) overslaan gebeurt niet bij ons. Wel kunnen wij kiezen voor een vertraagd of versneld programma. Dat wil zeggen dat we vóóraf kiezen om een kind een halfjaar langer of korter over een groep of unit te laten doen. Elke letter vertegenwoordigt een aantal fasen:

Unit of groep A: fase 1, 2 en 3
Unit of groep B: fase 4 en 5
Unit of groep: fase 6, 7 en 8
Unit of groep: fase 9 t/m 12
Unit of groep: fase 13 t/m 16

Het uitgangspunt is: elke ontwikkeling is goed, maar niet elke ontwikkeling is optimaal

Wanneer vinden wij het niet optimaal en besluiten wij om in te grijpen? 

  • Als de basisbehoeften van het kind in het gedrang komen: het kind maakt geen eigen keuzes, toont geen betrokkenheid en ervaart geen welbevinden.
  • Als specifieke ontwikkeling stagneert: het kind laat gedurende een langere periode (3 maanden) geen waarneembare ontwikkeling zien, bijvoorbeeld bij de leesontwikkeling.
  • Als de veiligheid van anderen in het geding komt.

Steeds houden wij in de gaten of het kind zich nog verder ontwikkelt, op welke terreinen en hoe eventuele stilstanden te verklaren zijn. Ook de rol van de leerkracht wordt hierbij in ogenschouw genomen. Afhankelijk van de uitkomsten wordt actie ondernomen. Dit kan zijn dat we het kind bij de hand nemen om aan een ontwikkelingsgebied te werken. Ook kunnen wij ons aanbod en de begeleiding beter afstemmen.

Speciaal aanbod voor hoogintelligente kinderen

Een uitgangspunt van onze onderwijsaanpak is dat alle kinderen binnen ons onderwijsaanbod sámen kunnen blijven functioneren. Dat hoeft ons er echter niet van te weerhouden om voor kinderen met speciale onderwijsbehoeften een gericht apart aanbod te verzorgen, mits daarin de relatie met het groepsgebeuren als geheel gegarandeerd blijft.

Wij zien een ontwikkelings-voorsprong (tot 7 jaar) en een hoge cognitieve intelligentie als een opgave voor het onderwijs en niet als een probleem. Wij hebben de visie dat alle kinderen, inclusief de hoog- en meerintelligente een plek hebben waar ze zich thuis voelen, lekker in hun vel zitten, goed presteren en een aanbod krijgen waarmee ze uitgedaagd worden en leren leren en leren denken.

Onze doelen van het onderwijs aan hoogintelligente kinderen zijn:

  • Welbevinden: De kinderen zitten goed in hun vel

Kinderen gaan met plezier naar school toe. Dit betekent niet dat ze alles leuk vinden maar dat ze een positief beeld hebben van zichzelf, van school en hun plek daarin.

kwaliteit
  • Kinderen zijn productief

Kinderen presteren op een niveau dat bij hun cognitieve en sociaal-emotionele capaciteiten hoort. Ze zijn zich bewust van hun talenten en hoe die in te zetten. Ze zijn in staat om met frustraties en uitdagende stof om te gaan. Ze zijn voorbereid op de eisen die op het voortgezet onderwijs aan ze zal stellen.

  • Kinderen halen de kerndoelen

Kinderen hebben een goede beheersing van de stof die in de kerndoelen omschreven staat. De kinderen zijn goed voorbereid op de inhoud waar het voortgezet onderwijs op verder gaat. 

  • Vaardigheids(plus)doelen

De plusdoelen zijn gericht op het aanleren van vaardigheden. De belangrijkste vaardigheden zijn: Omgaan met je overtuigingen, jezelf motiveren, geheugen gebruiken, samenwerken, omgaan met frustraties, het opsporen en oplossen van hiaten en zelfstandig werken. Voor het behalen van deze vaardigheidsplusdoelen maken we gebruik van speciale verrijkende plusmaterialen en vakken zoals Somplextra en Spaans. 

Bovenstaande doelen staan in volgorde van belangrijkheid. De eerste doelstelling, welbevinden, is voorwaarde voor elk kind.
Structuur voor speciaal aanbod en speciale begeleiding

Om te komen tot een speciaal activiteitenaanbod, doorlopen wij de volgende stappen:

1. Volgen en signaleren

De leerkracht volgt de ontwikkeling van kinderen: veelvuldig kijken, waarnemen, registreren, onderzoeken en toetsen met een accent op wat kinderen al kunnen. Er wordt nagegaan of kinderen nog optimaal in ontwikkeling zijn. Mocht dit niet het geval zijn, dan wordt onderzocht waar dit aan zou kunnen liggen.

2. Analyseren

De leerkracht gaat na of er verklaringen voor de stagnerende ontwikkeling van het kind in de omgeving of activiteitenaanbod liggen? In kindbesprekingen wordt overlegd met collega's over kinderen (verschillende leerkrachten en onderwijsassistenten zien eenzelfde kind in verschillende situaties). Belangrijk uitgangspunt daarbij is: De ontwikkeling bekijken vanuit het kind in plaats van het kind zien als probleem. 

  • Is de omgeving ontspannen voor dit kind?
  • Is het aanbod voldoende afgestemd op het kind?
  • Wat zijn de (veranderende) kindkenmerken? (gedrag, werkhouding e.a.)
  • Leerkrachten gaan gesprekken met het kind en met de ouders/verzorgers aan om te achterhalen of factoren in de thuissituatie een rol spelen.

3. Oplossingen voorbereiden/diagnosticeren
Via aanpassingen in de omgeving of het aanbod wordt gewerkt aan een positieve verandering, oftewel het creëren van een voorbereide omgeving die beter op het kind is afgestemd.

4. Oplossingen uitvoeren

De belangrijkste stap vormt de specifieke, gerichte hulp en/of activiteitenaanbod voor het kind. We noemen dit het Speciale Aanbod Plan (SAP). Daarin zijn de doelen en het aanbod concreet geformuleerd.

5. Evaluatie/terugkoppeling

Het plan (SAP) wordt systematisch en periodiek geëvalueerd en teruggekoppeld. Het activiteitenaanbod wordt vervolgens opnieuw vastgesteld.