Traditioneel geldt in het onderwijs: 25-30 kinderen in één lokaal en met één leerkracht. Wij spreken in het basisonderwijs dan van een ‘groep’, waar sommigen van ‘klas’ spreken.

Er is niets mis met deze traditionele organisatievorm. Er is een structurele, duidelijke organisatie. Kinderen en ouders weten waar en bij wie zij moeten zijn. Wij zijn er allemaal mee opgegroeid en weten niet beter.

Toch kent het werken met groepen in onze ogen en in deze tijd van passend onderwijs ook nadelen:

-       Het contact tussen kinderen beperkt zich tot binnen de groep. Samen werken, samen leren en samen spelen wordt belemmerd door een muur en de leerkrachtafhankelijke organisatie en didactiek.

-       Het omgaan en bijhouden met verschillen tussen kinderen moet allemaal door één persoon worden bewerkstelligd. Rekenclubs, aangepaste taakbrief, Connectlezen etc. En dat terwijl er in een andere groep misschien hetzelfde wordt gedaan. Niet erg efficiënt en doelmatig.

-       Het zicht houden op een kind en diens onderwijsbehoeften wordt door één persoon gedaan. Een ‘second opinion’ of extra steun van een ander is onmogelijk bij gescheiden groepen en verantwoordelijkheden.

-       De kwaliteit staat of valt bij die éne leerkracht, die alles weet en waarbij de kinderen zich veilig voelen. Slechts voor een deel is dit door goede administratie over te nemen. Als die leerkracht er dus (opeens) niet is door bijvoorbeeld studie, zwangerschap of ziekte, komt de continuïteit van het leerproces snel in gevaar.

-       Ondanks een gelijke basisopleiding en goede selectie per schoolconcept, blijven leerkrachten natuurlijk hun eigen, specifieke kwaliteiten beschikken. Met één leerkracht voor één groep profiteert slechts een beperkt aantal kinderen van deze extra kwaliteiten. Alleen door tijdelijk ruilen van groep (‘teamteaching’ genoemd) kan dit doorbroken worden.

-       Het werken in één eigen groep is voor een leerkracht best ‘eenzaam’. Een (beginnende) leerkracht profiteert tijdens het werken met zijn/haar groep nauwelijks van de ervaring van anderen.

-       Het komt vaak voor dat het aantal kinderen voor het maken van één groep onvoldoende is. Of omgekeerd, wat doe je met 35 kinderen? De oplossing is dan combinatiegroepen. Bij Columbus kunnen wij dit door het werken met fasen en units voorkomen. 


Het laatste punt geeft aan dat het aantal kinderen met ongeveer dezelfde onderwijsbehoeften, bij Columbus verdeeld over A t/m E, ook bepalend is voor hoe je kinderen en personeel samen laat werken. 

Binnen de units is het van belang om een structuur te hebben die duidelijk en voorspelbaar is. Voor kinderen (Bij wie zit ik in de kring vandaag? Wie doet mijn rekenclubinstructie? Wie kan ik wanneer om hulp vragen? etc.) en voor ouders (Wie volgt mijn kind met o.a. het portfolio en kan ik een gesprekje hebben?). Een ouder heeft overigens binnen een unit altijd een vast contactpersoon onder het personeel.

Maar een unit is ook samen vieren, op thema- en ontdekkingsreis. En natuurlijk vriendjes en vriendinnetjes, niet gescheiden door groepen. Dus vooral één gemeenschap met daarbinnen een hele duidelijke structuur van spelen, leren, werken en ontdekken! 

Samengevat kiezen wij op Columbus waar het mogelijk is voor het werken met units. Units houdt in dat er meer ruimte en personeel betrokken is bij meer kinderen. Sámen verantwoordelijk. 
Units en groepen

Voordelen van het werken in een unit zijn:

  • Kinderen hebben meer sociale mogelijkheden;
  • Zij zijn minder afhankelijk van één leerkracht. Bij ziekte of verlof is de continuïteit groter door de aanwezigheid van een ander personeelslid;
  • Personeelsleden werken beter en gemotiveerder samen (Dalton!) en coachen elkaar;
  • Bij het volgen en begeleiden van kinderen is er altijd een ‘tweede kijk’ in de buurt;
  • Het onderwijs is effectiever. De vaardigheden van personeelsleden worden goed ingezet en er worden geen dubbele instructies gegeven. ‘Netto’ dus meer aandacht per kind;
  • Nieuw personeel kan in een unit snel en beter ingewerkt en begeleid worden.